Archief voor "Japan"
Mukaijima
Tijdens de trip naar Nishi-Awa hadden onze Iraanse vrienden, de Shahmirzadis (the legend holds that the ancestors of Shahmirzadis were exiles from the ancient Shah, the title of the ruler of certain Southwest Asian and Central Asian countries, especially Persia), ons bij hen thuis uitgenodigd in het Zuiden van Kioto voor twee maaltijden aan Iraanse delicatessen en een fietstocht langs de Japanse bezienswaardigheden in de buurt gehuld in dieprode herfstkleuren.
Zo belandden we gisterennamiddag in het duizend jaar oude Byodo-in, langs de oevers van de Ujigawa rivier geflankeerd door theeplantages en aan de voet van het rood-witte Fushimi-Momoyama kasteel.
Byodo-in
De tempel is oorspronkelijk gebouwd in 998 tijdens de Heianperiode. Het gebouw was toen een villa voor Fujiwara no Michinaga, een van de machtigste leden van de Fujiwarafamilie. De villa werd in 1052 door Fujiwara no Yorimichi omgebouwd tot tempel. Het bekendste gebouw van de tempel is de fenikshal (鳳凰堂 hōō-dō) of de Amitabhahal. Deze is gebouwd in 1053. Het is het enige originele gebouw dat vandaag de dag nog overeind staat. De overige tempelgebouwen sneuvelden tijdens een burgeroorlog in 1336.
Fushimi-Momoyama kasteel
Het kasteel Fushimi-Momoyama (伏見桃山城, Fushimi-Momoyama-jō) is een kasteel gelegen in de wijk Fushimi van Kioto, Japan. Het werd oorspronkelijk gebouwd door Toyotomi Hideyoshi en voltooid in 1594.
Het was tevens de eerste weekenddag sinds lange tijd dat het weer om over naar huis te schrijven was, dus zowat alles zat mee. Van saffraanthee met rozijnen tot Perzische superhits.



Nishi-Awa
Het reizen zat er tot aan de kerstvakantie op toen mijn ouders het land verlieten. Althans, dat is wat we dachten tot we in een Engelstalig magazine voor buitenlanders (zowat de lokale Zone03) een tweedaagse trip naar Nishi-Awa zagen staan voor een uiterst scherpe prijs. Dit omdat de tour uitsluitend toegankelijk was voor buitenlanders met een Japanse verblijfsvergunning, om op basis van hun commentaar op deze kortvakantie het programma te kunnen bijsturen vooraleer de tour aan buitenlandse toeristen te verkopen. Of anders verwoord: het invullen van één questionnaire zorgde ervoor dat we in plaats van €350 per persoon slechts €85 dienden te betalen. Geen slechte deal me dunkt.
Op het eerste zicht lijkt €350 inderdaad een waanzinnig bedrag voor twee dagen vakantie ‘kortbij’. Anderzijds moet je weten dat Japanse reizen gespecialiseerd zijn in zoveel mogelijk luxe in een zo strak mogelijk pakket te proppen. Zo was elke maaltijd op zich gemakkelijk €30 à €40 waard (en daarvoor krijg je in een land waar je al voor €10 een heerlijke maaltijd verschaft heel wat), logeerden we in een chique onsen hotel, ontbrak het niet aan persoonlijk transport (van een busje dat ons op aanvraag ‘s nachts helemaal naar een verlichtte hangbrug voerde tot een kabelbaan die ons het wandelen van een paar duizend treden bespaarde) noch aan programmapunten of lokale gidsen. Daarnaast kregen we overal een tikkeltje – vaak in de vorm van een cadeautje – meer omdat we ‘de beruchte testgroep’ waren en onze informatie wel eens doorslaggevend kon zijn voor de toekomstige doorstroom van toeristen.
Nishi-Awa, de locatie van de rondreis, is een gebied in het Westen van de Tokushima prefectuur op het eiland Shikoku, gelegen op een drietal uur van onze voordeur. Het is een bergrijk gebied met hellinggraden tot 80° en overal waar je kijkt diepteverschillen van gemakkelijk een paar honderd meter. Te midden hiervan stromen 117 rivieren die uitmonden in de witte kloof van de Oboke. Een azuurblauwe en met vis gevulde rivier die we met een bootje af- en opvoeren. Na onze eerste copieuze lunch zetten we (per gecharterde bus, uiteraard) koers richting het 200 meter verderop gelegen yokai-museum voor een blitzbezoek. Yokai zijn Japanse monsters type weerwolf en vampier. Na het passeren langs de villa die de ooit regerende Taira-clan als toevluchtsoord in de 11de eeuw gebruikten – want dit onherbergzame gebied was duidelijk niemandsland – kwamen we aan bij de topattractie van de dag: de kazurabashi of 40 meter hoog over een kloof hangende brug van geknoopte wijnranken. Net zoals in de tekenfilms, alleen kan je er hier echt over wandelen. Nu ja, wandelen… je moet wel uitkijken waar je je voeten zet met draagvlakken van 5cm en spelingen van 15cm à 20cm.
Na een nacht nagenieten van de drie private onsen baden die zowel Lynn als ik tot onze beschikking hadden en de daaraan voorafgaande heerlijke maaltijd (met wederom van dat fantastisch vlees) stond het afleggen van een waanzinnige bergpas – inclusief een Manneke Pis op de enige plaats waar er vroeger genoeg plaats was om goudgele stralen naar beneden te mikken zonder grote kans er zelf achteraan te gaan – op het ochtendprogramma. Ook een bezoek aan en proefronde bij een lokale kleinschalige vijfde generatie sakébrouwerij ging de wederom heerlijke lunch vooraf. Nadien trokken we richting de Hashikura-ji tempel, een onbezongen parel met haarfijn houtsnijwerk dat dat van de Chinese tempels (of die in Nikko) evenaart maar dan zonder likje verf. Eenmaal bovengekomen stond ons een mirakel te wachten: prachtige Japanse herfstkleuren én kersenbloesems in één oogopslag.
Als voorlaatste programmapunt deden we het oude stadscentrum Wakimachi aan. Van opstelling vergelijkbaar met pakweg de oude straten in Narai, Takayama of zelfs Kioto, maar van sfeer uniek dankzij andere dakversieringen en een bouwstijl die spierwitte muren tegen het overslaan van brand voorzag. Tot slot lag een kort bedrijfsbezoek aan een wereldvermaard prijzenmonster binnen de wereld van het kweken van orchideeën op onze reisroute. Naast een – met orchideeën geparfumeerd – hapje en drankje konden we hier onwaarschijnlijke creaties van de natuur in combinatie met een handvol laboratoria gespecialiseerd in bloemengenetica bewonderen. Evenals hun fenomenale prijskaartjes. Gelukkig was het onze voor deze leuke reis dan weer fenomenaal laag.



Ouders in Japan – Miyajima
Miyajima, parel in de Seto binnenzee: een schrijn dat op de UNESCO werelderfgoedlijst pronkt, een bergtop met een fenomenaal uitzicht over de binnenzee, verdoken zandstranden in elke baai, prachtige natuur en meer oesters in banken voor de kust dan een hongerige Jonas in zijn hele leven opgegeten krijgt. Alles – ook het weer – zat mee voor een fantastische dag in het bijzijn van mijn ouders.
We arriveerden op het eiland net voor laagtij. Oorspronkelijk dacht ik dat dit een probleem zou worden om mooie foto’s van de ‘drijvende torii‘ die het Itsukushima schrijn kenmerkt te nemen, maar niets bleek minder waar. Het water stond nog net hoog genoeg voor een mooie reflectie, maar niet zo hoog dat je – na even wachten – niet tot vlak aan de poort kon voor mooie close-ups. Ook het schrijn zelf was te verkennen en fotograferen vanaf plaatsen waar anders zeewater staat. Mijn dag was al goed en werd er beter op.
Net voor de middag trokken we richting de top van Mt. Misen, met zijn 500 meter de hoogste berg van het eiland. Daarvan hebben we de eerste vierhonderd meter afgelegd aan de hand van twee kabelbanen met elk een spectaculair uitzicht, al bleef de bloemeké behouden voor het uitzichtplatform op de top. Ooit (lees: toen Lynn hier laatst was) zaten hier ook nog ‘wilde’ Japanse makaken, maar die zijn intussen verwijderd vanwege agressie ten opzichte van bezoekers.
Lunchen deden we terug aan de voet van de berg met een flinke portie oesters. De rest van de namiddag was voorbehouden voor het bekijken van het stijgende tij aan het Itsukushima schrijn terwijl de zon haar goudgele stralen op het eiland liet neerdalen. Een mooiere afsluiter kon er niet zijn.



Ouders in Japan – Hiroshima
Opnieuw een regendag (de derde in totaal) die zorgde voor een bijgestelde planning. Oorspronkelijk stond Miyajima op het programma, maar dankzij de gratis om te wisselen shinkansen tickets richting Osaka en Tokio werd dat iets voor de daaropvolgende zonnige dag.
Welk weer is trouwens beter voor een bezoek aan het Peace Memorial Museum, de A-Bomb Dome en het Peace Memorial Park dan grimmig weer? Tot slot is het experiment dat de Amerikanen hier een halve eeuw geleden uit de lucht lieten vallen geen lachertje. De namiddag vulden we met het verkennen van de overdekte winkelstraten in het ‘oude’ centrum en – toen de paraplu’s hun dienst bewezen hadden – het houten kasteel van Hiroshima. Dineren deden we met, hoe kon het ook anders, okonomiyaki Hiroshima style. Zonder enige twijfel de beste variant van dit klassieke Japanse gerecht.



Ouders in Japan – Nara
Onze laatste stop in de Kansai-regio was Nara, de oudste der voormalige Japanse hoofdsteden. In tegenstelling tot het stedelijke – understatement – Kioto is dit in omvang een provinciestadje gelegen te midden van de bossen. Die bossen zijn bezaaid met tempels, schrijnen, honderden hertjes en duizenden lantaarns. De fotogenieke hertjes leven er als koningen dankzij de vele koeken die toeristen er voor hen kopen.
Japan’s first permanent capital was established in the year 710 at Heijo, the city now known as Nara. As the influence and political ambitions of the city’s powerful Buddhist monasteries grew to become a serious threat to the government, the capital was moved to Nagaoka in 784.
De Todaiji tempel met zijn reusachtige houten boeddha, het Kasuga Taisha schrijn – mijn nationale favoriet – met zijn geharkte steentuin, vele lampionnen en origineel opgemaakte vrouwelijke monniken, de Kofukuji tempel met zijn zwarte pagode en de (voor buitenlanders gratis toegankelijke) Yoshikien tuin bezochten we allemaal op ons gemak tijdens één lange voormiddag. Daarna ging het terug richting Osaka voor een glimp van het in de zon schitterende met bladgoud versierde dak van het kasteel van Osaka.



Ouders in Japan – Kioto
Voor Kioto, de parel der oude Japanse hoofdsteden en thuisplaats van mijn bureau, trokken we twee dagen uit. Veel te weinig volgens sommigen – er valt immers zoveel te zien – maar net goed volgens ons. Zo ben je genoodzaakt om het bij de crème de la crème te houden, waardoor je minder kans loopt dat de tempelmoeheid toeslaat. Want tempels, schrijnen, architecturale statements en andere bezienswaardigheden zijn er overal in Kioto, maar wij hielden het dus op de mooiste: het Yasaka schrijn, de Nishiki markt waar alles Japans en eetbaars te koop is, de oude wijk Higashiyama, de Motomachi en Teramachi winkelstraten, het zilveren paviljoen met zijn fenomenale steentuin, de Gion geishawijk, het gouden paviljoen dat schitterde in de namiddagzon, de Ryoanji tempel met de (ietwat teleurstellende) bekendste steentuin ter wereld en – onze favoriete tempel – de imposante Kiyomizudera.
Net buiten Kioto bezochten we het Fushimi Inari schrijn, bekend omwille van zijn duizenden (letterlijk te nemen) torii die elkaar met een dertig centimeter speling opvolgen van voet tot top van de berg. Ook het hypermoderne station van Kioto pikten we onderweg mee.



Ouders in Japan – Osaka
Osaka, onze metropool om de hoek, hebben we in twee keer bezocht: op een regenachtige dag en op een zonnige namiddag. Gelukkig is de weersvoorspelling in Japan reeds enkele dagen op voorhand uiterst accuraat en hadden we de planning in overeenstemming bijgesteld.
Zo bezochten mijn ouders het fantastische Kaiyukan aquarium net wanneer het er met bakken uitviel en konden we de Shitennoji tempel en de oude (en toegegeven, ietwat gure) binnenstad verkennen zonder nood aan een paraplu. Van onze aanwezigheid in Tennoji hebben we tevens gebruik gemaakt om ons favoriete tonijnrestaurant aan mijn ouders voor te stellen. Bij het schrijven erover loopt het water me reeds terug in de mond. Mijn ouders zullen dan ook zonder twijfel bevestigen dat Japan geen gelijke kent wat betreft de hoeveelheid aan culinaire meesterwerken die je overal voor geen geld kan nuttigen.
Op terugweg van Nara (zie binnenkort) zijn we tot slot enkele uren van de namiddagzon gaan genieten aan het kasteel van Osaka.



Ouders in Japan – Kobe & Sumahama
Onze lange rondreis langs het Izu schiereiland, dwars doorheen de Japanse alpen en langs de Japanse Westkust eindigde de voorgaande dag in Ibaraki. Zeg maar bij ons thuis. Ook voor mijn ouders zou dit gedurende vijf dagen een uitvalsbasis worden om de regio met de hoogste concentratie aan bezienswaardigheden in Japan te verkennen: Kansai.
De eerste dag stonden Kobe (herinner u ‘het Yokohama van het Zuiden’) en Sumahama gepland vanwege het voorspelde goede weer. In Kobe bezochten we de pittoreske handelaarswijk Kitano, Chinatown, de brede moderne winkelstraten en kleine zaakjes onder het spoor, Meriken Park en Kobe Harborland. Een deel daarvan in de voormiddag, een deel ‘s avonds. Want tussenin brachten we een bezoek van enkele uren aan het strand van Suma, gelegen op een half uurtje van centraal Kobe.
Tot onze grote verbazing waren alle houten cafés en restaurants op het strand – die afgelopen zomer nog permanente structuren leken – verdwenen. Evenzo waren de vele badgasten. Gelukkig stonden de palmbomen er nog en was het aangenaam uitrusten op het strand. Het water zelf was nog net warm genoeg voor een aangename zwempartij, al was duidelijk niet iedereen het daarover met me eens.



Ouders in Japan – Tottori
Een woestijn in Japan? Die bestaat. Er ‘wonen’ zelfs kamelen als je de Japanners mag geloven. Welkom in Tottori, de Sahara van Japan.
Kamelen waren er inderdaad, evenals zandsculpturen. Beide zijn ze er ongetwijfeld op even natuurlijke wijze terechtgekomen. Maar het plaatje klopt wel. Alhoewel technisch gezien niet meer dan een enkele vierkante kilometer grote gebied aan hoge zandduinen, lijkt het er wel degelijk op een stukje zandwoestijn. Vooral de combinatie met de zee, een kleine oase en de muur aan Japanse fotografen maken het een uniek stukje woestijn dat uitnodigde tot heel wat pret.
Na een bezoek aan de zandvlakte en het stadje Tottori zelf – met zijn oude kasteelruïne en goedkope Koreaanse eten – bezochten we de volgende ochtend de grillige kustlijn aan de hand van een uur durende boottocht. Meer dan spectaculair genoeg om niet over te slaan (zoals velen doen).



Ouders in Japan – Kinosaki Onsen
Oorspronkelijk wilden we nabij Amanohashidate logeren, maar alle hotels waren er zo ongelofelijk duur met als enige meerwaarde de nabijheid tot de zandbank in kwestie. Dan maar op zoek naar een even stevig geprijsd hotel aan de Japanse Westkust dat wel een unieke meerwaarde biedt. En zo belandden we in Kinosaki Onsen, een kuuroord ontsproten rond een zevental publieke baden die het vulkanisch opgewarmde water uit de ondergrond gebruiken om Japanners van heinde en verre aan te trekken.
Overal in Japan (en Taiwan) zijn er dergelijke dorpjes, maar Kinosaki Onsen is anders. Eerst en vooral zijn de voornaamste baden hier de publieke baden (en niet die van het hotel zelf), wat iedereen de straat opstuurt. Ten tweede moet je traditionele Japanse kledij aanhebben om de badhuizen binnen te mogen. Dat zorgt voor een straatbeeld vol gasten die in een kimono of yukata gekleed gaan terwijl ze op houten geta sloffen. Tot slot zijn alle badhuizen (en de meeste hotels) gelegen rond een gezellig kanaal voorzien van pittoreske bruggen en treurwilgen die ‘s avonds feeëriek verlicht worden. Dat alles maakt de sfeer uniek en simpelweg fantastisch. Ook de tijd van het jaar was ideaal om bij het buitenkomen van de 57°C warme baden te kunnen afkoelen zonder risico op een stevige verkoudheid de volgende ochtend.



