Archief voor "Japan"
Kumano Kodo
Net zoals in november, trokken we er afgelopen (verlengd) weekend op uit om aan de hand van een monitor tour een stukje ruraal Japan te verkennen. Deze rondreizen worden door de Japanse overheid georganiseerd voor buitenlanders met een verblijfsvergunning, om aan de hand van hun feedback het reisaanbod voor internationale toeristen bij te schaven. In ruil voor die enquête krijg je een parel van een reis voor een fractie van de prijs. Wat een mooie slogan bedenk ik net.
Ditmaal trokken we richting het Kii schiereiland in de Wakayama prefectuur, zo’n 100 kilometer ten Zuiden van onze woonplaats. Hier vind je de bakermat van het Japanse geloof terug. Dat resulteert in een hele hoop UNESCO-werelderfgoedsites en pelgrimsroutes zonder weerga qua pracht in de wereld. Kruid dat af met een overnachting bij lokale boeren, een warmwaterrivier en heel veel Japanse haute cuisine en je hebt een omschrijving van onze afgelopen dagen.
The Kii Peninsula (紀伊半島 Kii Hantō?) is the largest peninsula on the island of Honshū in Japan. The area south of the “Central Tectonic Line” is called Nankii (南紀), and includes the most poleward living coral reefs in the world due to the presence of the warm Kuroshio Current, though these are threatened by global warming and human interference. Because of the Kuroshio’s strong influence, the climate of Nankii is the wettest in the Earth’s subtropics with rainfall in the southern mountains believed to reach 5 metres (200 in) per year and in the southeastern town of Owase it averages 3.85 metres (151.6 in), comparable to Ketchikan, Alaska or Tortel in southern Chile. When typhoons hit Japan the Kii Peninsula is typically the worst affected area and daily rainfalls as high as 940 millimetres (37 in) are not unknown.
Most of the Kii Peninsula is dense temperate rainforest since the climate even in the very limited lowlands is too wet for agriculture, and much of the coast consists of networks of small rias into which flow very steep and rapid streams characterised by a large number of high waterfalls. Forestry and fishing were the traditional economic mainstays of the region and remain important even today despite a declining population and labour force.
Het eerste hoogtepunt van onze driedaagse regenvrije – zie hierboven – rondreis was een overnachting bij een Japanse boerenfamilie. Zoals bijna alle landbouwers in de buurt waren zij gespecialiseerd in het cultiveren van tientallen soorten mikan of mandarijnen. Maar veel belangrijker was hun onmetelijke gastvrijheid en eeuwige glimlach. Op een halve dag hadden ze ons hart al veroverd. Ook het fenomenale diner en ontbijt werkte dat niet tegen. Evenals de prachtige zichten vanop hun hoogst gelegen velden waar we even hielpen met het plukken en vooral genoten van vers fruit.
Onze eindbestemming van de tweede dag, Kawayu Onsen (letterlijk: warme rivier natuurlijke warmwaterbron), was tevens een hoogtepunt om meteen terug naar te verlangen. Zoals de naam doet vermoeden verwarmd vulkanische activiteit hier de rivierbedding waardoor het water een temperatuur van een veertigtal graden aanneemt. Tel daarbij een hoop sterren, massa’s stoom, rijstpapieren lantaarns en voorafgaand een diner van drie cijfers – in Euro welteverstaan – en je hebt de meest relaxte/romantische avond die je kan wensen.
Vandaag stond dan de Kumano Kodo (letterlijk: Kumano oude weg) zelf – of toch een 7-tal kilometer van deze verzameling van wekenlang durende pelgrimsroutes dwars doorheen het schiereiland – op het programma. Een prachtige niet al te steile boswandeling die ons naar één van de drie grote Kumano schrijnen, het Hongu Taisha, voerde. Een aanrader evenzeer als de farm stay en rivierpret.
The Kumano Kodō (熊野古道?) is a series of ancient pilgrimage routes that crisscross the Kii Hantō, the largest Peninsula of Japan. These sacred trails were and are still used for the pilgrimage to the sacred site “Kumano Sanzan” (熊野三山), or the Three Grand Shrines of Kumano: Kumano Hongū Taisha (熊野本宮大社), Kumano Nachi Taisha (熊野那智大社) and Kumano Hayatama Taisha (熊野速玉大社). The Kumano Kodō pilgrimage routes that lead to Kumano can be geographically categorized into three sub-routes: “Kiji”, “Kohechi” and “Iseji”. The Kumano Kodō and Kumano Sanzan, along with Koyasan and Yoshino and Omine, were registered as UNESCO World Heritage on July 7, 2004 as the “Sacred Sites and Pilgrimage Routes in the Kii Mountain Range”.



Feestdagen 2011
Dit jaar vieren we alle feestdagen – op Sinterklaas na – in België. Maar welke afstand dan ook, we wensen jullie graag opnieuw van harte een fantastische feestperiode. En moge al je wensen uitkomen.
Een Vrolijk Kerstfeest…

En een Gelukkig Nieuwjaar!

Hanatouro: Arashiyama
Alhoewel ik tewerkgesteld ben aan Kyoto University lijk ik in mijn vrije tijd meer met (buitenlandse) studenten en professoren van Osaka University op te trekken. Dat komt omdat Lynn met de regelmaat van de klok wordt uitgenodigd op de leukste en meest extravagante gebeurtenissen en het steeds gedaan krijgt dat ik ook mee mag. Zo geschiedde ook gisteren.
Net nadat de piek van de herfstkleuren gepasseerd is en voordat de kerstcake wordt aangesneden is het in Japan de tijd van de ライトアップ of light up. Honderden fakkels, duizenden spots en miljoenen LED-lampjes verlichten dan Japanse tempels, oude wijken of speciaal opgetrokken constructies. Eén van die plaatsen is het rustieke Arashiyama nabij Kioto.
Daar hadden we gisteren een afspraak in het salon van één van Lynn haar professoren samen met een zestal andere buitenlandse studenten voor matcha en mochi. Nadien – wanneer de zon zich had ingeruild voor de maansverduistering – konden we (evenals een belachelijke hoeveelheid Japanners) genieten van de opgelichte bruggen, schrijnen, heuvelflanken en bamboebossen in en rond het stadje.
Vervolgens trokken we richting Kioto voor een diner in één van de duurste restaurants die ik hier reeds bezocht heb. Maar van dat prijskaartje hoefden wij ons (gelukkig) niets aan te trekken. Al voel ik me wel een beetje schuldig over hoe zwaar ik weer getrakteerd ben zonder zelfs maar op de ‘juiste’ universiteit te zitten. Maar dat verhinderde de verfijnde smaak en pret van een avondje onder buitenlanders allerminst.



Koyo: Shinnyodo
Exact een week na mijn bezoek aan het Tofukuji was het nog eens tijd om de Japanse herfstbladeren – ditmaal in een verder gevorderd stadium – een bezoekje te brengen. Daar waar het Tofukuji zowat bovenaan elk koyo-lijstje staat is het Shinnyodo, vlakbij mijn campus gelegen, nagenoeg onbekend. Maar dat contrast gaat niet op voor de pracht van het felle kleurenpalet.
Oranje, geel, rood en groen wisselden elkaar af in een strijd om de tempels, schrijnen en pagode op het domein van het Shinnyodo (voluit: Shinso-gokuraku-ji) te sieren. Een nieuwe herfstlievelingsplek in Kioto was geboren.



Koyo: Tofukuji
Japan is één van de weinige gebieden in Azië dat vier uitgesproken seizoenen kent (winter, lente, zomer en herfst dus). En daar zijn ze dan ook apetrots op. Nu ja, niet echt op hun bloederig warme zomer maar wel op hun fijne poedersneeuw, ontelbare kersenbloesems (sakura) en vurig pallet aan herfstkleuren (koyo).
De meeste toeristen bezoeken dit prachtige land in het voorjaar vanwege de witroze bloemen die aan de helft van Japans (doelbewust aangeplante) bomen verschijnen, maar ik plaats persoonlijk de metersdiepe poedersneeuw en – vooral – de herfstbladeren hoger op de trap der esthetica. En met mij mijn drang om alles wat mooi is fotografisch te documenteren.
Tijdens de laatste weken ben ik er dus een paar keer op uitgetrokken om de Japanse esdoorns en notenbomen in hoge concentratie en het nabijzijn van eeuwenoude tempels te vereeuwigen. De eerste locatie was het Tofukuji in het Zuiden van Kyoto. Alhoewel ik reeds vroeg op de ochtend aanwezig was, waren de busladingen vol Japanse toeristen (ja, hier reizen ze ook zo) dat ook. Gelukkig bevinden de meeste herfstbladeren zich boven de hoofden en kon dus niemand voor mijn lens springen. Later ontdekte ik nog een prachtig stukje tempelgrond met nagenoeg evenveel herfstkleuren dat overduidelijk door de georganiseerde reizen en wandelmapjes werd overgeslagen. Heerlijk, zo genieten van al die felle kleuren met een drankje en telelens in de hand.



Mukaijima
Tijdens de trip naar Nishi-Awa hadden onze Iraanse vrienden, de Shahmirzadis (the legend holds that the ancestors of Shahmirzadis were exiles from the ancient Shah, the title of the ruler of certain Southwest Asian and Central Asian countries, especially Persia), ons bij hen thuis uitgenodigd in het Zuiden van Kioto voor twee maaltijden aan Iraanse delicatessen en een fietstocht langs de Japanse bezienswaardigheden in de buurt gehuld in dieprode herfstkleuren.
Zo belandden we gisterennamiddag in het duizend jaar oude Byodo-in, langs de oevers van de Ujigawa rivier geflankeerd door theeplantages en aan de voet van het rood-witte Fushimi-Momoyama kasteel.
Byodo-in
De tempel is oorspronkelijk gebouwd in 998 tijdens de Heianperiode. Het gebouw was toen een villa voor Fujiwara no Michinaga, een van de machtigste leden van de Fujiwarafamilie. De villa werd in 1052 door Fujiwara no Yorimichi omgebouwd tot tempel. Het bekendste gebouw van de tempel is de fenikshal (鳳凰堂 hōō-dō) of de Amitabhahal. Deze is gebouwd in 1053. Het is het enige originele gebouw dat vandaag de dag nog overeind staat. De overige tempelgebouwen sneuvelden tijdens een burgeroorlog in 1336.
Fushimi-Momoyama kasteel
Het kasteel Fushimi-Momoyama (伏見桃山城, Fushimi-Momoyama-jō) is een kasteel gelegen in de wijk Fushimi van Kioto, Japan. Het werd oorspronkelijk gebouwd door Toyotomi Hideyoshi en voltooid in 1594.
Het was tevens de eerste weekenddag sinds lange tijd dat het weer om over naar huis te schrijven was, dus zowat alles zat mee. Van saffraanthee met rozijnen tot Perzische superhits.



Nishi-Awa
Het reizen zat er tot aan de kerstvakantie op toen mijn ouders het land verlieten. Althans, dat is wat we dachten tot we in een Engelstalig magazine voor buitenlanders (zowat de lokale Zone03) een tweedaagse trip naar Nishi-Awa zagen staan voor een uiterst scherpe prijs. Dit omdat de tour uitsluitend toegankelijk was voor buitenlanders met een Japanse verblijfsvergunning, om op basis van hun commentaar op deze kortvakantie het programma te kunnen bijsturen vooraleer de tour aan buitenlandse toeristen te verkopen. Of anders verwoord: het invullen van één questionnaire zorgde ervoor dat we in plaats van €350 per persoon slechts €85 dienden te betalen. Geen slechte deal me dunkt.
Op het eerste zicht lijkt €350 inderdaad een waanzinnig bedrag voor twee dagen vakantie ‘kortbij’. Anderzijds moet je weten dat Japanse reizen gespecialiseerd zijn in zoveel mogelijk luxe in een zo strak mogelijk pakket te proppen. Zo was elke maaltijd op zich gemakkelijk €30 à €40 waard (en daarvoor krijg je in een land waar je al voor €10 een heerlijke maaltijd verschaft heel wat), logeerden we in een chique onsen hotel, ontbrak het niet aan persoonlijk transport (van een busje dat ons op aanvraag ‘s nachts helemaal naar een verlichtte hangbrug voerde tot een kabelbaan die ons het wandelen van een paar duizend treden bespaarde) noch aan programmapunten of lokale gidsen. Daarnaast kregen we overal een tikkeltje – vaak in de vorm van een cadeautje – meer omdat we ‘de beruchte testgroep’ waren en onze informatie wel eens doorslaggevend kon zijn voor de toekomstige doorstroom van toeristen.
Nishi-Awa, de locatie van de rondreis, is een gebied in het Westen van de Tokushima prefectuur op het eiland Shikoku, gelegen op een drietal uur van onze voordeur. Het is een bergrijk gebied met hellinggraden tot 80° en overal waar je kijkt diepteverschillen van gemakkelijk een paar honderd meter. Te midden hiervan stromen 117 rivieren die uitmonden in de witte kloof van de Oboke. Een azuurblauwe en met vis gevulde rivier die we met een bootje af- en opvoeren. Na onze eerste copieuze lunch zetten we (per gecharterde bus, uiteraard) koers richting het 200 meter verderop gelegen yokai-museum voor een blitzbezoek. Yokai zijn Japanse monsters type weerwolf en vampier. Na het passeren langs de villa die de ooit regerende Taira-clan als toevluchtsoord in de 11de eeuw gebruikten – want dit onherbergzame gebied was duidelijk niemandsland – kwamen we aan bij de topattractie van de dag: de kazurabashi of 40 meter hoog over een kloof hangende brug van geknoopte wijnranken. Net zoals in de tekenfilms, alleen kan je er hier echt over wandelen. Nu ja, wandelen… je moet wel uitkijken waar je je voeten zet met draagvlakken van 5cm en spelingen van 15cm à 20cm.
Na een nacht nagenieten van de drie private onsen baden die zowel Lynn als ik tot onze beschikking hadden en de daaraan voorafgaande heerlijke maaltijd (met wederom van dat fantastisch vlees) stond het afleggen van een waanzinnige bergpas – inclusief een Manneke Pis op de enige plaats waar er vroeger genoeg plaats was om goudgele stralen naar beneden te mikken zonder grote kans er zelf achteraan te gaan – op het ochtendprogramma. Ook een bezoek aan en proefronde bij een lokale kleinschalige vijfde generatie sakébrouwerij ging de wederom heerlijke lunch vooraf. Nadien trokken we richting de Hashikura-ji tempel, een onbezongen parel met haarfijn houtsnijwerk dat dat van de Chinese tempels (of die in Nikko) evenaart maar dan zonder likje verf. Eenmaal bovengekomen stond ons een mirakel te wachten: prachtige Japanse herfstkleuren én kersenbloesems in één oogopslag.
Als voorlaatste programmapunt deden we het oude stadscentrum Wakimachi aan. Van opstelling vergelijkbaar met pakweg de oude straten in Narai, Takayama of zelfs Kioto, maar van sfeer uniek dankzij andere dakversieringen en een bouwstijl die spierwitte muren tegen het overslaan van brand voorzag. Tot slot lag een kort bedrijfsbezoek aan een wereldvermaard prijzenmonster binnen de wereld van het kweken van orchideeën op onze reisroute. Naast een – met orchideeën geparfumeerd – hapje en drankje konden we hier onwaarschijnlijke creaties van de natuur in combinatie met een handvol laboratoria gespecialiseerd in bloemengenetica bewonderen. Evenals hun fenomenale prijskaartjes. Gelukkig was het onze voor deze leuke reis dan weer fenomenaal laag.



Ouders in Japan – Miyajima
Miyajima, parel in de Seto binnenzee: een schrijn dat op de UNESCO werelderfgoedlijst pronkt, een bergtop met een fenomenaal uitzicht over de binnenzee, verdoken zandstranden in elke baai, prachtige natuur en meer oesters in banken voor de kust dan een hongerige Jonas in zijn hele leven opgegeten krijgt. Alles – ook het weer – zat mee voor een fantastische dag in het bijzijn van mijn ouders.
We arriveerden op het eiland net voor laagtij. Oorspronkelijk dacht ik dat dit een probleem zou worden om mooie foto’s van de ‘drijvende torii‘ die het Itsukushima schrijn kenmerkt te nemen, maar niets bleek minder waar. Het water stond nog net hoog genoeg voor een mooie reflectie, maar niet zo hoog dat je – na even wachten – niet tot vlak aan de poort kon voor mooie close-ups. Ook het schrijn zelf was te verkennen en fotograferen vanaf plaatsen waar anders zeewater staat. Mijn dag was al goed en werd er beter op.
Net voor de middag trokken we richting de top van Mt. Misen, met zijn 500 meter de hoogste berg van het eiland. Daarvan hebben we de eerste vierhonderd meter afgelegd aan de hand van twee kabelbanen met elk een spectaculair uitzicht, al bleef de bloemeké behouden voor het uitzichtplatform op de top. Ooit (lees: toen Lynn hier laatst was) zaten hier ook nog ‘wilde’ Japanse makaken, maar die zijn intussen verwijderd vanwege agressie ten opzichte van bezoekers.
Lunchen deden we terug aan de voet van de berg met een flinke portie oesters. De rest van de namiddag was voorbehouden voor het bekijken van het stijgende tij aan het Itsukushima schrijn terwijl de zon haar goudgele stralen op het eiland liet neerdalen. Een mooiere afsluiter kon er niet zijn.



Ouders in Japan – Hiroshima
Opnieuw een regendag (de derde in totaal) die zorgde voor een bijgestelde planning. Oorspronkelijk stond Miyajima op het programma, maar dankzij de gratis om te wisselen shinkansen tickets richting Osaka en Tokio werd dat iets voor de daaropvolgende zonnige dag.
Welk weer is trouwens beter voor een bezoek aan het Peace Memorial Museum, de A-Bomb Dome en het Peace Memorial Park dan grimmig weer? Tot slot is het experiment dat de Amerikanen hier een halve eeuw geleden uit de lucht lieten vallen geen lachertje. De namiddag vulden we met het verkennen van de overdekte winkelstraten in het ‘oude’ centrum en – toen de paraplu’s hun dienst bewezen hadden – het houten kasteel van Hiroshima. Dineren deden we met, hoe kon het ook anders, okonomiyaki Hiroshima style. Zonder enige twijfel de beste variant van dit klassieke Japanse gerecht.



Ouders in Japan – Nara
Onze laatste stop in de Kansai-regio was Nara, de oudste der voormalige Japanse hoofdsteden. In tegenstelling tot het stedelijke – understatement – Kioto is dit in omvang een provinciestadje gelegen te midden van de bossen. Die bossen zijn bezaaid met tempels, schrijnen, honderden hertjes en duizenden lantaarns. De fotogenieke hertjes leven er als koningen dankzij de vele koeken die toeristen er voor hen kopen.
Japan’s first permanent capital was established in the year 710 at Heijo, the city now known as Nara. As the influence and political ambitions of the city’s powerful Buddhist monasteries grew to become a serious threat to the government, the capital was moved to Nagaoka in 784.
De Todaiji tempel met zijn reusachtige houten boeddha, het Kasuga Taisha schrijn – mijn nationale favoriet – met zijn geharkte steentuin, vele lampionnen en origineel opgemaakte vrouwelijke monniken, de Kofukuji tempel met zijn zwarte pagode en de (voor buitenlanders gratis toegankelijke) Yoshikien tuin bezochten we allemaal op ons gemak tijdens één lange voormiddag. Daarna ging het terug richting Osaka voor een glimp van het in de zon schitterende met bladgoud versierde dak van het kasteel van Osaka.



