Ouders in Japan – Kinosaki Onsen
Oorspronkelijk wilden we nabij Amanohashidate logeren, maar alle hotels waren er zo ongelofelijk duur met als enige meerwaarde de nabijheid tot de zandbank in kwestie. Dan maar op zoek naar een even stevig geprijsd hotel aan de Japanse Westkust dat wel een unieke meerwaarde biedt. En zo belandden we in Kinosaki Onsen, een kuuroord ontsproten rond een zevental publieke baden die het vulkanisch opgewarmde water uit de ondergrond gebruiken om Japanners van heinde en verre aan te trekken.
Overal in Japan (en Taiwan) zijn er dergelijke dorpjes, maar Kinosaki Onsen is anders. Eerst en vooral zijn de voornaamste baden hier de publieke baden (en niet die van het hotel zelf), wat iedereen de straat opstuurt. Ten tweede moet je traditionele Japanse kledij aanhebben om de badhuizen binnen te mogen. Dat zorgt voor een straatbeeld vol gasten die in een kimono of yukata gekleed gaan terwijl ze op houten geta sloffen. Tot slot zijn alle badhuizen (en de meeste hotels) gelegen rond een gezellig kanaal voorzien van pittoreske bruggen en treurwilgen die ‘s avonds feeëriek verlicht worden. Dat alles maakt de sfeer uniek en simpelweg fantastisch. Ook de tijd van het jaar was ideaal om bij het buitenkomen van de 57°C warme baden te kunnen afkoelen zonder risico op een stevige verkoudheid de volgende ochtend.



Ouders in Japan – Amanohashidate
Amanohashidate of ‘brug in de hemel’ is één van de drie beroemde zichten van Japan. In het land van de rijzende zon maken ze trouwens graag lijstjes van drie: de drie mooiste (berg)kastelen, de drie bekendste festivals, de drie beste nachtzichten, de drie oudste/bekendste kuuroorden,… Maar van al die lijstjes is dat van de drie beroemdste zichten heer en meester. De andere twee zichten zijn trouwens Matsushima en Miyajima. Dat laatste stond een dikke week later op het reisprogramma.
Amanohashidate is a 3.6 kilometer long, pine tree covered sand bar, spanning across Miyazu Bay on the Tango Peninsula in northern Kyoto Prefecture. It is ranked as one of Japan’s three most scenic views (nihon sankei).
To view the sand bar as a “bridge in the heaven”, turn your back towards the bay, bend over and look at it from between your legs. Travelers to Amanohashidate have been doing so for more than a millenium.
At the southern end of the sand bar, which is just a few steps from the railway station, stands Chionji, a nice Buddhist temple with a small tahoto, a kind of pagoda which still resembles the Indian stupa more than the more common three and five storied Japanese pagoda.
Zoals hierboven beschreven geschiedde. Onze eerste stop – na een lunch te midden van de naaldbomen in het mulle zand van de zandbank – was de zetellift die ons naar een bergtop ten Noorden van ‘de brug’ bracht. Het voornamelijk op kinderen gerichte pretparkje op diezelfde locatie wist ons niet zo te boeien, maar het uitzicht over de golf en binnenzee is er fenomenaal. Beter dan het uitzichtpunt aan de overkant als het je louter om de zandbank en bijhorende tussen-de-benen-foto te doen is. Al heb je van daaruit een nog breder zicht op de omgeving en is het volledig gratis als je de auto en de benen pakt in plaats van de kabelbaan (die trouwens maar tot een lager punt gaat).



Ouders in Japan – Kanazawa
Kanazawa, gelegen aan de Japanse Oostkust op ongeveer dezelfde breedtegraad als Nikko, wordt naast ‘het Kyoto van het Noorden’ ook de’ hoofdstad van de sushi’ genoemd. Een kans om beide claims te onderzoeken konden we niet laten liggen.
Ons startpunt was het kenrokuen, de bekendste Japanse tuin en prominent voorzitter van de nationaal beroemde lijst der drie mooiste Japanse tuinen. Zoals alles typisch Japans (van bonsai tot kalligrafie) draait het hier om de details. Het subtiele samenspel van mossoorten die met de hand millimeter per millimeter onderhouden worden, de specifieke opeenvolging van verschillende soorten stenen die het pad markeren, het nauwkeurig uitgekozen kleuren- en vormenpallet van bladeren van bomen in elkaars buurt. Een Japanse tuin op zijn best.
Aan de overkant van de straat bevindt zich het kasteel van Kanazawa. Als je langs de achterkant toekomt – zoals ons – lijkt dit op het eerste zicht niet veel speciaals. Eenmaal aan de voorzijde gekomen valt echter de (naar Japanse standaarden) omvang en unieke vorm op. Een welkome toevoeging in het lijstje van bezochte Japanse kastelen.
Meer naar het centrum van de stad bevinden zich enkele authentieke geishabuurten. Vandaar ‘het Kyoto van het Noorden’. Alhoewel mooi en soms net uit een samuraifilm weggelopen (als er even niemand voor je lens loopt), zijn deze niet echt omvangrijk zoals in het Oosten van die laatst genoemde stad. Gelukkig herbergden ze wel een fantastisch restaurantje met een lekkere lunch. Geen sushi, die was pas voor ‘s avonds. Herinner u de biefstuk die in Takayama op onze tong smolt. Net hetzelfde maar dan met al het lekkers dat in de Japanse Zee rondzwemt. Heerlijk.



Ouders in Japan – Ogimachi
Nummer twee van de zes op de werelderfgoedlijst die mijn ouders tijdens hun rondreis in Japan aanschouwden: Ogimachi. Beschermd hier zijn het unieke uitzicht die drie dorpjes – samen Shirakawa-go genoemd – hebben dankzij de aanwezigheid van de authentieke boerderijen of gassho-zukuri. Deze laatsten doen tegenwoordig nagenoeg allemaal dienst als guesthouse zodat een honderdtal gelukkige toeristen kan genieten van de zonsondergang tussen de goudgele rijstvelden en de ochtendmist die de de rieten puntdaken omsluierd.
Wij verbleven in Ogimachi, het grootste van de drie dorpen. Slapen gebeurt – zoals in elke ryokan – op tatami matten in de aanwezigheid van een gasvuurtje. Alhoewel het nog geen oktober was werd het er ‘s nachts immers reeds lekker koud. Geen wonder dat hier ‘s winters enkele meters sneeuw valt. Dineren en ontbijten gebeurt in de aanwezigheid van de andere gasten (in ons geval nog één familie en een oude Japanner) en een binnenshuis open houtvuur. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat die twee maaltijden niet tot de beste van mijn hele leven behoorden.
Ogimachi zelf is te voet, met inbegrip van genoeg pauzes voor een paar honderd foto’s, op een namiddag te verkennen. Dat lijkt me zelfs het beste moment van de dag aangezien de kleuren van de valavond de rijstvelden – die volop geoogst werden – veranderden in velden van goud. Het woord prachtig doet dat zicht niet genoeg eer aan.



Ouders in Japan – Takayama
Als Matsumoto het hart van de Japanse alpen vormt, dan is Takayama de maag. Naast een pittoresk stadje dat uit het niets tussen de bergen lijkt op te duiken met een gezellig oud centrum is het immers ook het stukje Japan dat – naast Kobe – bekend staat om zijn rundvlees van belachelijk goede kwaliteit. Smelten op de tong is hier een understatement.
Verder wordt Takayama overdag – want alles sluit er tegen 5 uur in de namiddag (net België) – gekenmerkt door een handvol authentieke sake brouwerijen, straten van prachtige houten voorgevels die recht uit het Edo tijdperk lijken te komen, twee ochtendmarktjes vol proevertjes en een museum waarin tegen betaling de draagbare schrijnen te bewonderen zijn die vroeger gratis over de stad verspreid stonden. Daarnaast is het de uitvalsbasis bij uitstek om Ogimachi (zie morgen) als dagtrip te bezoeken.



Ouders in Japan – Kamikochi
Na een ontelbaar aantal haarspeldbochten, die ons dwars doorheen de Japanse alpendorpjes voerden, arriveerden we bij één van de grote parkings die het begin van het Kamikochi-dal signaleren. Hier ben je verplicht je trouwe vierwielige stalen ros achter te laten en de laatste tien kilometer tot het nationale park per bus af te leggen. Of per taxi, omdat we nu eenmaal graag in stijl reizen.
Kamikochi is a popular resort in the Japanese Alps of Nagano Prefecture, offering some of Japan’s most spectacular mountain scenery. It is a roughly 15 kilometer long plateau in the Azusa River Valley, about 1500 meters above sea level. It is surrounded by tall mountains, including Nishihotakadake (2909 m), Okuhotakadake (3190 m), Maehotakadake (3090 m) and the active volcano Yakedake (2455 m).
Net zoals in de andere nationale parken wereldwijd kan je jezelf dagenlang uitleven door één van de vele bergen te beklimmen aan de hand van kuitenbijters van hiking trails, maar je kan ook gewoon een eenvoudig te bewandelen pad op de valleibodem volgen dat je in enkele uren langs alle hoogtepunten voert. En die waren de moeite. Van mangroves geworteld in kristalhelder water dat een venster vormt op de fel geschakeerde ondergrond tot spierwitte uitgestorven bomen in een azuurblauwe rivier omringd door uitlopers van een actieve vulkaan die zich hier en daar laat kenmerken door middel van een geiser of een plas kokend water. Het meest bewonderenswaardig is bijgevolg misschien wel de gigantische afwisseling in biodiversiteit die je tijdens één wandeling bezoekt.



Ouders in Japan – Narai
Als het aan Lynn en mij had gelegen, hadden we Narai nooit bezocht. Daar hebben we mijn ouders voor te danken. We hadden de nederzetting simpelweg over het hoofd gezien omdat de Kiso-vallei, waarin dit dorpje zich in bevindt, zich tot ver naar het Zuiden uitstrekt en de twee andere authentieke postdorpjes die dit dal kenmerken in die richting liggen. Maar Narai bleek slechts een uur rijden van Matsumoto, ons vertrekpunt van de dag. Ideaal dus om in één prachtige dag met het Kamikochi-dal (zie morgen) te combineren.
During the Edo Period, Narai marked the half way point between Kyoto and Edo to travelers along the Nakasendo Route. It was the most wealthy post town of the Kiso Valley, and was sometimes referred to as “Narai of a Thousand Houses”. Visitors will understand this nickname when comparing Narai to the other former post towns in the area; the preserved houses stretch on much longer in Narai than elsewhere.
Overal in Japan heb je oude straten en wijken. Vaak beschermd zodat de authenticiteit niet wordt verpest door een handvol ‘moderne meesterwerken’. Kyoto staat er bekend voor, maar ook Kanazawa en Takayama maken er hun handelsmerk van. Geen van hen biedt echter de natuurlijke omgeving die je in Narai terugvindt. En die maakt de beleving net zoveel echter. Want het is toch een beetje moeilijk om je middenin een ninja-verhaal te wanen wanneer er zich een grote department store om de hoek bevindt.



Ouders in Japan – Matsumoto
Matsumoto vormt het hart van de Japanse alpen en is – ten opzichte van haar omgeving – met tweehonderdtwintigduizend inwoners een kanjer van een stad. In vergelijking met de echte groten (Tokyo, Yokohama, Osaka,…) stelt dit allemaal niets voor, mat dat geeft Matsumoto net charme. Een beetje te vergelijken met Lier versus Brussel.
Net zoals Lier haar Zimmertoren heeft, zo heeft Matsumoto haar wereldberoemde kasteel. Een kleintje naar Japanse standaarden, maar wel uniek vanwege de kenmerkende zwarte kleur. Dat is tot je het kasteel ‘s nachts bezoekt. Dan pas valt op dat het kasteel even wit als zwart ziet. Verder kent Matsumoto niet veel hotspots, al is enkele uren doorheen mooie winkelstraten gevuld met moderne architectuur, langs gezellige oevers en door het oude centrum wandelen best aangenaam. En de beste ramen (lees: noedelsoep) van Japan, die vind je er ook.



Ouders in Japan – Hakone
Waar we een dag eerder nog zo onwaarschijnlijk veel pech hadden met het weer, was de hemel op de ochtend we koers zetten richting Hakone staalblauw. Terug tijd om onze ogen en reflexcamera’s de mooie omgeving te laten opnemen zonder een paraplu onder je oksel te moeten klemmen.
Hakone is voornamelijk bekend vanwege het Ashinoko meer en de Owakudani hellen. Respectievelijk een pracht van een mystieke waterplas die je van tijd tot tijd kan bewonderen met de wereldberoemde Mt. Fuji op de achtergrond en een stuk berg waar vulkanische activiteit zorgt voor een serie aan kokende warmwaterbronnen en geisers.
Het Ashinoko meer lag er prachtig bij tegen de tijd we arriveerden. Geen Mt. Fuji te bespeuren, maar wel een sluier aan laaghangende wolken die langzaam het meer in leken te sluipen over de omringende heuvels heen. De Oostelijke oevers van het meer worden versierd door kleine baaien vol visserssloepen, een piratenboot of twee en een beroemde torii, allemaal dankbare onderwerpen voor een intensieve photoshoot.
Vanaf het moment je aan de Owakudani hellen het raampje opendraait voor een parkeerticket weet je dat je juist zit: een prikkende zwavellucht kruipt tot in elk hoekje van je longen terwijl je de stoom overal rondom je letterlijk uit de grond ziet opstijgen. Vreemd genoeg is de lokale specialiteit in de warmwaterbronnen gekookte eieren, ondanks het feit dat zwavel ruikt naar… juist, rotte eieren.



Ouders in Japan – Izu hanto
Zoals gisteren vermeld brengt het Izu schiereiland een stukje tropisch paradijs naar Oost-Japan. Dat is echter enkel onder optimale omstandigheden, welke we helaas niet hadden. We waren immers niet de enigen die op de bewuste dag een bezoekje aan de mooiste plekjes van het schiereiland hadden gepland. Ook de tyfoon (het Aziatische equivalent van een orkaan) Roke had de landengte in het midden van zijn pad liggen.
Dat resulteerde enerzijds in spectaculaire golven die een tiental meter de lucht in sprongen bij het rammen van de rotskust, anderzijds in een autorit waarbij het ontwijken van rondvliegend struikgewas meer concentratie vergde dan het op de baan blijven ondanks de op de carrosserie inbeukende rukwinden. Een waar avontuur, maar veel hebben we van Izu helaas niet gezien. Geen tropische stranden, geen koraalriffen, geen natuurlijke onsen met waterval. Voor dat alles moeten we nog eens terug. Om jullie toch een beeld te geven van Izu hanto onder betere condities hieronder enkele van het internet geplukte afbeeldingen.



