Geplaatst op 17 juli 2012

Koka + Hikone

Geisha, samoerai, ninja,… Er is meer dan één traditioneel Japans beroep dat tot de verbeelding spreekt. Geisha en meiko kan je dagelijks door de hanamachi van Kioto zien schuifelen. Om de sfeer die de andere twee titels oproepen te herbeleven, volstaat een trip naar een kasteel of ninjadorp. Van die eerste soort zijn er wel wat, maar als je er geen uit de top 3 bezoekt kan je volgens menig Japanner even goed thuisblijven. En zo geschiedde onze daguitstap naar het kasteel van Hikone, voorafgegaan door een bezoek aan één van de weinige ninjadorpen – dat in Koka – die her en der nog in Japan terug te vinden zijn.

Beide op minder dan 2 uur van onze voordeur in de prefectuur Shiga gelegen, waren ze ideaal te combineren in een last minute roadtrip. Zo mogelijk nog korter op de bal hebben we een extra rij zetels aan de huurauto en drie goede vrienden aan het reisgezelschap toegevoegd. Met een zonnige 35°C in de lucht en een feestdag op de kalender kon niets misgaan.

Kōka is well known for its ninja history (Kōga ninja clan), unique ceramics and position on the Tokaido Road. The Kōga ninja clan were rivals of the nearby Iga ninjas. Unlike the Iga ninja, whose power was well-known, the Kōga clan are said to have used stealth and deception to mask their size and power, creating fake rivals for themselves.

Koka Ninja Village is een ergens-en-nergens-gelegen aardige kruising tussen een klein museum, een originele woning bomvol geheime luiken en een trainingsparcours dat een snuifje pretparkgevoel met zich meebrengt. Echt veel is er niet te zien, maar dat maakte ons bezoek er niet minder leuk op. Na een bezoek aan wat het gevaarlijkste huis ter wereld moet (geweest) zijn, konden we ons immers enkele uren bezig houden met shuriken richting doelen gooien, langs smalle richels sluipen en elkaar kruisen op verticale muren. De wereld is voortaan 7 gecertificeerde ninja’s rijker!

After a construction period of twenty years, Hikone Castle (Hikonejo) was completed in 1622. The hilltop castle served as the seat of the Ii daimyo (feudal lords) until the end of the feudal age in 1868. Hikone Castle is an original castle, i.e. it survived the post feudal era without undergoing destruction and reconstruction. Besides the castle’s main keep, most of the inner moats, walls, guard houses and gates also remain intact.

Na een tussenstop in een gezellig eethuis zoals je ze enkel op het Japanse platteland terugvindt, bereikten we in de vroege namiddag als volleerde ninja’s het kasteel van Hikone. Deze heuvelburcht innemen was bijgevolg een koud kunstje. Van bovenop heb je een mooi panorama over het Biwako, het grootste meer van Japan. Na nog een rondje fikfakkerij sloten we in de kasteeltuin onze dagtrip af. Tenzij ik jullie over het feestje in de auto op de terugweg zou vertellen.

Geplaatst op 15 juli 2012

Gion Matsuri

Dit weekend is het blanke koppen lopen in Kioto. Zowat elke toerist die momenteel in het land vertoeft is afgezakt naar de mooiste Japanse stad, en met reden. Zaterdag-, zondag- en maandagavond plus dinsdagvoormiddag vindt één van dé drie beste (en tevens allergrootste der) traditionele Japanse festivals plaats: Gion Matsuri.

The Gion Matsuri, familiarly known as ‘Gion-san,’ is a festival held at Yasaka-jinja Shrine, and the highlight is the splendid pageant of some 30 floats called yamaboko proceeding along the main streets of Kyoto on the 17th. Each float, two-storied and about 6 meters tall, is topped with a long pole shaped like a spear. Adorned with exquisite craftwork such as woven fabric, dyed textiles and sculptures, these floats are so gorgeous that they are sometimes even described as ‘mobile art museums.’

Op de avonden voorafgaand aan dinsdag 17 juli is het centrum van Kioto autoluw gemaakt en worden de straten gevuld met honderdduizenden in yukata geklede feestgangers. Een leger aan eetkraampjes probeert de onuitputtelijke honger die zo’n hoeveelheid Japanners met zich meebrengt op te vangen en een dertigtal gigantsiche – tot 30 meter hoge – floats, die op dinsdagochtend aan de grote parade zullen deelnemen, staan verlicht opgesteld in de centrale wijken. Ook stellen eigenaars van authentieke traditionele huizen hun woonst open voor bezoekers en wordt de hele stad gehuld in een om-ter-mooist-opgemaakt sfeertje. Heerlijk.

Geplaatst op 15 juli 2012

Suma Beach Party

Twee keer in één week naar het strand, het moet wel zomer zijn. Ditmaal geen drie uur durende rit richting Wakayama prefectuur, maar een uurtje per trein naar een oude bekende strip zand: Sumahama. Reden was de eerste fase in een verlengd weekend aan snoepreisjes en feesten: de Suma Beach Party.

Officieel gaat die van start rond twee uur ‘s middags en eindigt ze rond negen uur ‘s avonds. Het is en blijft duidelijk een Japanse beach party. Maar zelfs in die periode zat de vlam maar even in de pijp (na zonsondergang). Gelukkig deed dat er niet toe met een strand vol vrienden, drank, muziek, zon, een massa andere buitenlanders en zowat elke Japanner uit de omliggende grootsteden die graag met zijn (minder interessant) of haar (uiterst interessant) stevig ontblote lichaam wil pronken. In de branding of op een stevige beat.

Geplaatst op 09 juli 2012

Shirahama

Shirahama is een buitenbeentje. Alhoewel de Oostkust van de Kansai-regio meer dan duizend kilometer telt, is ze slechts twee stranden rijk: Sumahama en Shirahama. Op dat eerste vindt volgend weekend een stevig feestje plaats, op het laatste bouwden we gisteren al ons eigen feestje. Dankzij ons bezoek aan Koyasan hadden we immers een huurauto ter onzer beschikking en waren we al halfweg naar deze kleine baai gekenmerkt door haar parelwitte zand. Verder is Shirahama ook een gerenommeerd kuuroord voorzien van menig onsen. Maar voor ons was het vooral om zon, zee en strand te doen. Nooit een slechte keuze bij meer dan dertig graden en een staalblauwe hemel.

Alhoewel Honshu ongetwijfeld de laagste concentratie stranden per kilometer kustlijn van het Oostelijk halfrond en tegelijkertijd honderd miljoen inwoners telt, vormt dat geen probleem. Het paar stranden dat dit eiland rijk is, zijn zelfs in vol hoogseizoen minder volgepakt dan hun Belgische equivalenten. Japanners houden immers niet van bruinen, en dat proces durft al eens voor te vallen wanneer je in bikini/zwemshort doorheen het mulle zand sloft. In tegenstelling tot wat je zou verwachten – stranden afgeladen met ingepakte strandgangers – trekken de stranden hier uitsluitend het soort minderheidsjapanner aan dat zich graag een kleurtje en een hip stuk strandmode aanmeet. En dat maakt een dagje aan het strand hier even leuk als eentje in Zuid-Europa.

Geplaatst op 09 juli 2012

Koyasan

Onder de toeristische regio’s in Japan zijn er twee zwaargewichten: Kanto en Kansai. Die eerste behelst hotspots als Tokio, Yokohama, Kamakura en Nikko, terwijl Kansai troeven als Kioto, Osaka, Nara, Kobe, Tottori, Amanohashidate, Ise en Koyasan in handen heeft. En laat die laatste trekpleister nu net gedurende lange tijd de doorn in het oog geweest zijn van mijn bijna afgewerkte lijstje aan bezienswaardigheden ‘in de buurt’. Not anymore. Eergisterenochtend vertrokken we immers per (goed gevulde) huurauto vanuit Ibaraki richting de heiligste plaats van Japan voor een goede portie cultuurfotografie en om ‘s nachts tot rust te komen in een boeddhistische tempel.

Koyasan (高野山,Kōya-san) is een berg in de prefectuur Wakayama ten zuiden van Osaka. De berg werd voor het eerst betrokken door de monnik Kukai, de stichter van het Shingon-boeddhisme, in 819. Koyasan is nu vooral bekend als hoofdkwartier van het Shingon-boeddhisme, een belangrijke school binnen het Japanse Boeddhisme. Het oorspronkelijke klooster is gelegen in vallei op 800 m hoogte, te midden van de acht pieken van de berg. Geleidelijk aan is het klooster versmolten met de gemeente Koya. Op de berg vindt men een religieuze universiteit en 120 tempels.

Bij aankomst tegen het middaguur konden we meteen onze kamers in het Eko-in, een fantastisch centraal gelegen tempel waar we elk een groot vertrek (in Japanse stijl) toegewezen kregen, betrekken. Met een rijk gevulde namiddag in het verschiet betrof dat niet veel meer dan onze rugzak neerploffen. Alle hoogtepunten van Koyasan – stuk voor stuk op minder dan een paar kilometer van onze overnachtingsplaats verwijderd – wilden we immers graag dan aandoen, zodat we de volgende dag onze tijd elders in de prefectuur Wakayama met leuks konden vullen.

Eerste halte was het Kongobuji, de eclectische hoofdtempel van het Shingon boeddhisme. Opmerkelijk hier zijn de (huidige) culturele waarde van het complex, de beschilderde houten schuifwanden en de beste rotstuin van Japan. Dat is althans mijn – steeds meer gefundeerde – mening. Wat vaststaat is dat de opstelling van de 140 granieten rotsen een draak suggereert die de tempel beschermt en dat ze samen de grootste steentuin van dit land vormen.

Vlakbij is het Garan, het centrale tempelcomplex van Koyasan, gelegen. Hier zijn de Kondo hal en een handvol tahoto pagodes terug te vinden. De grootste onder hen, de Konpon Daito, meet liefst 45 meter in hoogte. Een handvol kleinere tempels en schrijnen vervolledigen dit stukje Vaticaanstad der Shingon boeddhisme.

Naast de tempelovernachting, compleet met aangepaste vegetarische maaltijden en een vuurceremonie bij het krieken van de dag, en de fantastische bergroute van en naar Koyasan, is een bezoek aan het Okunoin dé reden om het stadje te verkennen. Deze laatste – op zich niet zo speciale – tempel fungeert als mausoleum voor Kobo Daishi, stichter van de bovenvermelde geloofstrekking. De meer dan tweehonderdduizend stokoude grafstenen die een twee kilometer lang wandelpad door het bos richting de tempel omzomen, creëren er immers een onbeschrijfbare sfeer (die nog versterkt wordt wanneer de lantaarns aangaan na zonsondergang). Ook het mistige en mosrijke bos met zijn reusachtige bomen draagt ongetwijfeld bij tot die sfeer. Deze omgeving is een parel voor elke natuur-, cultuur- en fotografieliefhebber. En laat mij nu net allemaal zijn.

Geplaatst op 05 mei 2012

Puerto Galera – Dag 14

Twee half uur durende boottochten (van en naar Verde Island) en het zit erop voor dit jaar, het duiken. Maar wat voor duiken. Alhoewel het in en rond Small La Laguna en Sabang best spectaculair is onder de zeespiegel, wordt de hoeveelheid leven er in de koraalriffen toch stevig afgetroefd door dat rondom ‘het groene eiland’, tevens een onderwaternatuurreservaat. Save the best for last, of zoiets.

Daarna restte ons enkel nog een laatste goedkope massage in ontvangst te nemen, en weer helemaal op te warmen door een combinatie van klimaat en diner met uitzicht over de kalme branding. Ditmaal zijn we alvast niet op onze honger blijven zitten, figuurlijk. Puerto Galera is een stevige aanrader voor wie wil duiken, maar wij hebben hier zowat alles gezien en dromen al weg bij wat volgt.

Geplaatst op 04 mei 2012

Puerto Galera – Dag 13

Een rustige dag. Slechts één duik gedaan vandaag, maar wel meteen één van de betere – zo niet de beste – milde driftduik van de afgelopen twee bezoeken aan Puerto Galera. Deze ochtendduik had nog een extra verrassing in petto, al gaf de naam ‘Hole in the Wall’ die wel een beetje weg. Dit is wat ze er elders over schrijven.

At 12 meters/ 40 feet you will find this little hole in the middle of a huge rock, big enough for one diver to swim through. Over the years thousands of divers have been through here. An area with a good chance to see giant trevally, snappers, scorpion fish, turtles as well as a lot of different soft corals, gorgonian fans and big sponges. Sometimes strong current are present but an easy dive site for everybody when it´s slack tide.

Veel stroming was er niet, maar wel massa’s onderwateractiviteit. Van de goede soort, zeedieren dus. De namiddag hebben we gevuld met luilekkeren en een laatste snorkeltocht in de baai van Small La Laguna. Morgen trekken we immers naar Verde Island en zetten we misschien nog een allerlaatste stapje in de omgeving.

Geplaatst op 03 mei 2012

Puerto Galera – Dag 12

Troubles in paradise. Mijn meest favoriete bezit – op Lynn na dan (grapje) – is gisteren uit onze kamer gestolen: mijn Canon EOS Kiss X4 mét 18-55 mm lens. Recht uit de cameratas (die nog mooi op zijn plek stond met andere lens, GPS tracker,… in). Een grap die ons, naast zo’n €450 ook een honderdtal prachtige foto’s – al zeg ik het zelf – zal kosten. Ik zal jullie dus nooit kunnen laten zien hoe fenomenaal de zonsondergangen in de baai van Small La Laguna zijn of hoe het binnenland eruit ziet. Bijgevolg hebben we – weeral – een voormiddag in het politiebureau gespendeerd, ditmaal om de verdwijning te officialiseren. Je weet maar nooit. Al geloof ik er niet in mijn speelgoed terug te zien zonder opnieuw langs de kassa te passeren.

In positiever nieuws hebben we wel van de namiddagzon kunnen genieten al dobberend voor het hotel en hebben we de beste snorkeltocht tot nog toe ondernomen. Zeepaardjes, kreeften, regenboogvissen, kogelvissen,… ze waren er plots in dozijnen. Maar fotografisch bewijs zit er voorlopig dus helaas niet in.

Geplaatst op 02 mei 2012

Puerto Galera – Dag 11

Onze checklist met bezochte duikspots rond Puerto Galera begint dan toch eindelijk een respectabele lengte aan te nemen. The drydock, een oud droogdok dat opzettelijk is gezonken tot 25 meter diepte en daar ondersteboven rust, en Ernie’s Point, ooit de woonplaats van de legendarische tandbaars Ernie – schijnbaar zo groot als een huis – en momenteel vooral een milde driftduik langs een lange koraalmuur, vormen de laatste twee toevoegingen aan de lijst. Overmorgen komen er nog twee bij en zaterdag, onze laatste dag hier, trekken we naar het nabijgelegen natuurreservaat Verde Island om twee duiken uit te voeren. Schijnbaar in de hemel der zeenaaktslakken.

Morgen doen we wat we deze namiddag ook gedaan hebben: luieren in een zwembad te midden van het kristalheldere azuurblauwe water, afgewisseld met een rondje snorkelen en een watermeloen of portie Filipijnse snacks.

Geplaatst op 01 mei 2012

Puerto Galera – Dag 10

Slechts één duik (langs een koraalmuur met zachte drift) vandaag, en felicitaties van de aanwezige instructeur voor het behalen van het Advanced Open Water Diver certificaat. De komende dagen – en de rest van ons leven – mogen we dus met een gerust hart diep, ‘s nachts, in driften en naar wrakken duiken. Maar niet vandaag.

Om het afronden van de cursus te vieren zijn we gaan zwemmen aan het prachtige strand van Talipanan. Niet toevallig de locatie waar ook de meest tropische pizzeria (met pizza’s van Italiaans niveau) te vinden is. Minder dan een meter van het azuurblauwe water verwijderd, worden hier pizza’s geserveerd waar je met z’n tweeën stevig van kan eten. En dat voor een prijs die in Japan ondenkbaar is. Ook de rit van Sabang naar Talipanan en van daar terug naar Puerto Galera was best vermakelijk, met z’n drieën (wij en de chauffeur) op een kleine motor over de tropische baantjes scheuren, even een helm opzettend wanneer er een politiebureau in de buurt is.

In Puerto Galera gingen we – tevergeefs – op zoek naar een portie ramboetan, maar hebben we wel een wandeling over de sandbar, een 50 meter lang strand met zee aan beide kanten, meegepikt evenals enkele mooie beelden rondom Muelle Pier. Een mooie ontspannende dag die onze batterijen weer vol verlangen naar onderwaterpret heeft geladen.