Helsinki – Dag 3
In de voormiddag hebben we Suomenlinna bezocht, een vesting die op zes eilanden voor de haven van Helsinki is gebouwd en op de UNESCO-Werelderfgoedlijst staat. Met het openbaar vervoer – in de vorm van een overzetboot – kan je voor een kleine vier euro gedurende 12 uur onbeperkt over en weer varen tussen Suomenlinna en het vasteland. Op het eiland zelf ben je een drietal uur zoet met de oude vesting, het prachtige uitzicht en de donkere ondergrondse gangen te bezoeken. Daarnaast is het eiland een populaire bestemming bij inwoners van Helsinki voor een zwempartij in de Oostzee of een picknick in één van de parkjes.
In de namiddag hebben we de meren van Helsinki, die vergezeld worden van enkele mooie parkjes, prachtige houten villa’s en het teleurstellende operagebouw, bezocht. Over het algemeen zijn de meeste gebouwen in Helsinki aan de buitenkant trouwens relatief ondermaats voor een wereldstad, maar des te moderner en luxueuzer is vaak de binnenkant. Morgen zie ik helaas niet veel meer dan de binnenkant van een paar luchthavens en vliegtuigen. Tot in België!

Helsinki – Dag 2
Afgelopen voormiddag hebben we de stations-, museum- en winkelbuurt van Helsinki verkend. Na de lunch te nuttigen in een kraampje op de dagelijkse markt op de Kauppatori hebben we in heerlijke zomertemperaturen doorheen het Design District Helsinki geslenterd; helaas niet veel meer dan een verzameling van boetieks die af en toe aan beide zijden van de straten opdoken. Ook heb ik het als industrial designer niet zo met design boetieks.
Design is immers de som van de intrinsieke waarden die een product bezit waardoor de functievervulling van het product boven deze van producten met een gelijkaardige functievervulling uitspringt. Design gaat dus over beter, niet per se over mooi of toonaangevend. Daarom vind je het overgrote merendeel van design producten in hun natuurlijke habitat – tussen gelijkaardige producten – en niet in een boetiek. Een Fiskars bijl in een Hubo is een mooi voorbeeld hiervan. Producten die wel in een boetiek terug te vinden zijn, behoren overwegend tot de kunstwereld (hierbij gaat het wel om mooi en toonaangevend). Mode is een belangrijk onderdeel hiervan. Helaas voor de boetiekeigenaars is het woord kunst gekaapt door een wereldje met het kleren-van-de-keizer-syndroom, beter gekend als ‘kunst met de grote K’. Dus hebben zij dan maar op hun beurt het woord design gekaapt. Om correct te zijn zou het Design District Helsinki dus het Art District Helsinki moeten heten.
Na een kort bezoekje aan de (douche van het) hotel hebben we in de late namiddag een blik geworpen op Helsinki van bovenaf. Dat kan van op de veertiende verdieping van het Torni hotel. Niet zo gek hoog zou je denken, maar Helsinki is een stad zonder hoogbouw waardoor je op die hoogte al een flink stuk boven de rest van de stad uittorent. Een verdieping lager heb je van op het mannentoilet een gelijkaardig zicht (zie hieronder). Het vrouwentoilet had zelfs een viermaal zo grote glaspartij, maar daar binnenspringen met een reflexcamera in de hand zou een brug te ver zijn geweest.

Helsinki – Dag 1
Op anderhalf uur ben je – per belachelijk snelle ferry – vanuit Tallinn in Helsinki. Anderhalf uur voor een wereld van verschil. Helsinki is vanaf de eerste meter Scandinavië op en top en een parel van een stad. Het langs jachthavens en bars in de zon (die hier nooit echt hoog komt te staan) flaneren over de vele bruggetjes in het Zuiden van de stad is een heerlijk gevoel. Ook het centrum van de stad, met zijn winkelwandelboulevards en vele open parken, sprak me alvast aan.
Ik ben nog maar net aangekomen en al bijna helemaal verkocht. Helsinki oogt een leuke maar vooral uiterst leefbare stad, tenminste als je genoeg geld bezit naar Scandinavische normen. Een gevoel dat ik bij bijvoorbeeld Madrid ook had. Het zou dus geen slechte zaak zijn om de Belgische stadsbesturen collectief op citytrip hierheen te sturen. Morgen meer over deze parel aan de Oostzee.

Tallinn – Dag 2
Net zoals België soms één land lijkt dat uit een samenraapsel van verschillende volkeren bestaat, lijken de Baltische staten soms één staat die artificieel in drie is geknipt. Zo zijn er bijvoorbeeld grote gelijkenissen te trekken wat betreft mode (mij hoor je niet klagen), details in de wegmarkering of merken op reclamepanelen. Toch bestaan er ook enkele grote verschillen tussen Riga en Tallinn zoals de taal (Lets is een Baltische taal terwijl het Estisch een Oostzeefinse taal is), graad van toerisme (Riga is te vergelijken met Lier, Tallinn met Brugge) en prijsniveau (in Riga is alles een stuk goedkoper, hier is alles aan Belgische prijzen).
Belangrijker is dat beide steden best de moeite waard zijn. Over musea (niet mijn ding) kan ik niet meespreken, maar slenteren/flaneren is in beide steden best leuk. Zelfs de regenbui van afgelopen voormiddag kon de pret geenszins bederven. Na het verkennen van de oude binnenstad en voor het doorkruisen van het lokale shopping center, hebben we alvast een bezoek gebracht aan de kade van waarop we morgen naar Helsinki vertrekken. Vlak daarnaast is de onderstaande desolate Sovjet-oude concerthal terug te vinden.

Tallinn – Dag 1
Na een laatste (full course) ontbijt in Riga zijn we per bus vertrokken naar Tallinn, de Estse hoofdstad en tevens de meest Noordelijke stad van de Baltische staten. Normaal gezien heb ik het niet zo voor busreizen, zeker niet het soort waarbij je de hele nacht een skibroek aanhebt. Oncomfortabele zetels, weinig beenruimte en totale verveling zijn daar de grootste redenen toe. De Eurolines Lux Express heeft daar echter geen last van. Voor nog geen €16 word je in een kleine vier uur van Riga tot Tallinn gevoerd in comfortabele zetels met extra veel beenruimte, een stopcontact nabij elke zetel, ongelimiteerd gratis warme dranken en gratis Wi-Fi gedurende de hele rit. Was elke bus, trein of vliegtuig maar zo.
Na in de late namiddag toegekomen te zijn, hebben we een klein stukje van de oude binnenstad van Tallinn verkend alvorens onze benen onder tafel in een restaurantje te schuiven. Veel kan ik dus nog niet over de stad vertellen. Wel is reeds duidelijk dat het hier krioelt van de toeristen, zeker in vergelijking met Riga, die vermoedelijk met cruiseschepen worden aangevoerd. Het wordt morgen dus extra gemakkelijk om een gids af te luisteren.

Riga – Dag 2
Veel van de prachtig gerestaureerde gebouwen in Riga zijn ‘s nachts niet verlicht, maar echt donker wordt het in deze periode van het jaar ook niet. Op zowat elk pleintje in de oude binnenstad vind je een live muzikant of bandje terug dat in opdracht van de omliggende bars de avond opvrolijkt. Aan de rand van die oude binnenstad zijn er dan weer een heleboel nachtclubs terug te vinden en overwegend is het hier drukker na zonsondergang dan voordien.
Vandaag hebben we het Noordoostelijke en Zuidelijke deel van de binnenstad verkend. In het Noordoosten zijn enkele prachtige Jugendstil gebouwen terug te vinden in een straatbeeld dat nog het meest doet denken aan de Antwerpse Cogels Osylei. In het Zuiden is dan weer de grote dagelijkse marktplaats (deels in overdekte hallen die ooit dienst deden als zeppelin garage) terug te vinden. Van daaruit vertrekken we morgen per Eurolines bus naar Tallinn.

Riga – Dag 1
Op een dikke twee uur vliegen van Brussel ligt de Letse hoofdstad Riga, de grootste stad van de Baltische staten. Ze huisvest een miljoen inwoners, maar het oude (lees: toeristisch interessante) centrum is amper groter dan dat van Antwerpen. In tegenstelling tot mijn geboortestad is zowat alles hier prachtig onderhouden en/of opgeknapt in functie van het 800 jarig bestaan van Riga in 2001. Tel daarbij prachtig 23-graden-en-staalblauwe-hemel-weer, gunstige prijzen (als we de McDonalds standaard erbij halen: €0,60 voor 25 centiliter frisdrank en €1 voor 50 centiliter) en veel mooie vrouwen (tenminste als je groot, slank en veelal blond als mooi beschouwt) en je begrijpt dat ik er absoluut geen probleem mee heb om de stad morgen verder te verkennen.
Wat gastvrijheid en vriendelijkheid betreft scoren de Letten zeer hoog en ook mijn Caesar salad (mijn favoriete salade) van deze middag was bij één van de beste ooit gegeten. Hopelijk blijft het zo duren. Enig minpuntje is het betaalmiddel, de Letse lat. Gelukkig is omrekenen naar Euro doodsimpel. Morgen kan ik jullie hopelijk alles vertellen over Riga na zonsondergang.

Kopenhagen – Dag 3
Vandaag is het weer een tikkeltje kouder en een tikkeltje zonniger dan de afgelopen dagen. Ideaal terrasjesweer dus volgens de Kopenhagenaars. Ontbijten vond dan ook in het gezelschap van vers krokant Deens gebak plaats op de rand van een fontein in het ochtendzonnetje. Een uurtje geleden (vlak voor we naar de luchthaven vertrokken) genoten we op dezelfde plaats nog van één van de vele live jazz concerten die het jaar rond spontaan plaatsvinden in de Deense hoofdstad.
Na het ontbijten stond de Rundetårn, een observatorium waarin één van de vele luie Deense koningen al zittend in zijn koets tot boven kon gereden worden (dankzij een ingenieuze inwendige wentelgang), op ons programma. Na wat doelloos kuieren doorheen Indre By kwamen we bij toeval op het juiste moment aan bij het Rosenborg slot: de wisseling van de wacht. Nu ja, eerder het vertrek van de dagelijkse wandeling van de wacht doorheen de straten van Kopenhagen. Denk ‘in het blauw geklede Britse Bobby’s met moderne wapens’.
In de namiddag hebben we het stadhuis en centraal-station (beide aan buiten- en binnenkant) bezocht na smørrebrød als lunch. De eerste twee zijn de moeite, het laatste is geen aanrader (en alvast niet zijn geld waard).
Kort samengevat: Kopenhagen is een pittoreske, leuke, rustige en gezellige – Lynn suggereert de term gezapige – maar eerder dure citytrip bestemming. Toch een aanrader om ergens op je verlanglijstje te zetten naast Londen en Parijs, net onder Istanboel, Barcelona, Madrid en New York.

Kopenhagen – Dag 2
Met het zonnetje dat door de gordijnen scheen werden we deze ochtend rond een uur of acht wakker. Kopenhagen is een rustige stad en op zondagochtend bij momenten bijna desolaat. De enige andere levende zielen die we tegenkwamen terwijl we op een bankje in de ochtendzon ons ontbijt (Deens gebak en chocolademelk) nuttigden, waren een handvol jonge Denen die niet schenen door te hebben dat de feestnacht op zijn allerlaatste been liep.
Na het ontbijt trokken we – na een tussenstop in één van de vier koninklijke paleizen – naar het eiland Christianshaven, waarvan Christiania de bekendste bezienswaardigheid is. De inwoners van dit hippiedorp verklaren zich volledig onafhankelijk van Kopenhagen (en van Denemarken en de EU) en wonen er in een levensstijl die veel weg heeft van de Jamaicaanse en die de mentaliteit van Camden Town (Londen) laat lijken op die van plat gedraaide popmuziek. Een zondagochtend betekent er dan ook ontwaken met een frisse pint aan één van de vele olietonkampvuren in het midden van de straat, omringd door een ensemble van houten woningen annex werkschuren beschilderd in de meest kleurrijke motieven. Helaas wordt het beoefenen van de edele kunst der fotografie niet echt geapprecieerd door de inwoners. Uit respect hebben we het dan ook bij een ochtendwandeling gehouden door dit stadsdeel, waar 10 jaar geleden wiet nog eenvoudiger te verkrijgen was dan een Deens gebakje (@Nederlanders: sounds familiar?) en men naakt op straat zijn kledij van de waslijn kon gaan halen.
Na een fikse wandeling door het Noordoostelijke deel van Christianshaven kwamen we rond de middag aan bij het megalomane operahuis (@Australiërs: sounds familiar?) van Kopenhagen, vanwaar we per waterbus naar het Kastellet (ten noorden van Indre By) vaarden. Vlakbij bevindt zich het wereldberoemde maar onopvallende standbeeld van de kleine zeemeermin. In Kopenhagen staan immers meer standbeelden dan in een willekeurige combinatie van drie andere West-Europese hoofdsteden samengeteld en de meeste daarvan zijn veel groter dan die van de kleine zeemeermin. Ach ja, het is dan ook de kleine zeemeermin.
Van daar zijn we terug naar het Zuiden getrokken met de Marmorkirken en Nyhaven als belangrijkste bezienswaardigheden. In die eerste hebben we de enige mogelijkheid van de dag om een wandeling bovenop de koepel te maken meegepikt. Van daarop heb je een prachtig 360° zicht over de stad en zie je in de verte zelfs het Zweedse Malmö liggen. Nyhaven is dan weer het stukje Kopenhagen dat op 99% van de postkaarten voorkomt: de gezellige binnenhaven met vele (dure) restaurantjes op de oevers. We hebben het als lunch dan ook maar op één van de talrijke hot dog koten gehouden. New York (de bakermat), Frankfurt (waar ze bekend werden) en Kopenhagen (waar ze populairder dan waar ook ter wereld zijn)… ze proeven keer op keer anders. En hier in Kopenhagen proeven ze misschien nog wel het best van allemaal. Je hebt hier dan ook een twintigtal rijkelijk belegde soorten. Voor ieder wat wils.
Morgen staat de Rundetaarn, het verder opsnuiven van de sfeer en het eten van smørrebrød op het programma. Morgenavond kunnen we al weer van het Belgische klimaat profiteren. Dat wordt dus nog even genieten.

Kopenhagen – Dag 1
7-Elevens, bloemenkraampjes, hot dog koten en Irish pubs (ook al komt het “probably the best beer in the world” uit deze stad) zijn in zo’n grote getale aanwezig in Indry By, het oude stadscentrum van Kopenhagen dat gesierd wordt door pittoreske gebouwen en een menigte Denen die zich schijnbaar niet al te veel aantrekken van de wil der natuurgoden, dat je steeds minstens twee van bovenstaande op elk moment ziet.
Kopenhagen is anderhalf uur vliegen van Brussel en is per geautomatiseerde metro voor een vijftal euro vanaf de luchthaven bereikbaar. Dat lijkt niet zo heel goedkoop voor een rit van een kwartiertje, maar niets is dat hier. Doe alle Belgische prijzen gerust maal twee. Een fles plat water (1,5 liter) kost zo in de winkel €3, een flesje cola van een halve liter evenveel. Gelukkig valt er hier en daar wel een betere deal te regelen, maar dat maakt Kopenhagen er in het algemeen niet goedkoper op. Gelukkig zijn transportkosten onbestaande – op de metro van en naar de luchthaven na – dankzij de beperkte grootte van de Deense hoofdstad. Ook de kostprijs van het hostel en de vliegtuigtickets zijn in verhouding tot deze van een citytrip naar een andere West-Europese stad.
Ons (goed georganiseerde) hostel bevindt zich in de wijk Indre By, die – naast een heleboel historische gebouwen – de grootste Europese autovrije winkel- wandelzone herbergt. Best te vergelijken met een reeks van in elkaar uitmondende Meiren. Omdat het morgen zondag is hebben we ons vandaag dan ook bezig gehouden met window shopping en het opsnuiven van de stadssfeer. Morgen staat er cultuur op het programma.

